“Kan iemand me naar de trein brengen?”
Een lezing over welsprekendheid schept verwachtingen over de kwaliteit van de spreker. Zelfs de beste economen hebben schulden, maar een hoogleraar met verstand van retorica mag een lezing niet geijkt beginnen. “Dank u wel, meneer de inleider”, klinkt het. In de Geertsemazaal van het Academiegebouw, die voor de gelegenheid goed gevuld is met ongeveer 150 geïnteresseerden (grotendeels grijs, slechts een paar studenten), vangt deel 3 uit de lezingenreeks van Studium Generale aan.