31-10-2010 Tom Plat No Comments
Het Nederlandse voetbal heeft het moeilijk. De een na de andere club lijkt failliet te gaan en bijna alle clubs staan diep in het rood. Waar vroeger werd gestreden om Europese voetbal, wordt nu gevochten voor het voortbestaan van de club zelf. Dat het niveau in de competitie daalt, is een logisch gevolg. Hebben de Nederlandse clubs al die jaren een waardeloos beleid gevoerd of is er een andere oorzaak?
Bodemloze put
De kranten staan er vol van: voetbalclubs met financiële problemen. Dertien profclubs staan momenteel bij de KNVB onder curatele. Oftewel, die kunnen morgen nog omvallen. Onlangs maakte de KNVB bekend dat ze dit jaar rekening houdt met het faillissement van drie clubs. Als we in dit tempo doorgaan, kunnen we over twee jaar de eredivisie samenvoegen met de eerste divisie. Dan zijn we van de ‘Mickey Mouse competitie’ af; maar daar krijgen we dan wel een ‘Jip en Janneke League’ voor terug. In het verleden trok de gemeente in dit soort situaties nog wel eens de knip. Maar blijkbaar is het geld (met bakken tegelijk) in een bodemloze put geflikkerd, want de situatie wordt alleen maar erger. Kijk maar naar FC Hollywood aan de Rijn. Voor een grijpstuiver overgenomen door een voortvluchtige Georgische pistolenboer die toevallig een nieuw speeltje zocht. Gelukkig heeft Vitesse de belofte gekregen dat ze binnen 3 jaar kampioen worden. Dat kan niet meer misgaan!
Bosman-arrest
Voor velen kwam de crisis in het Nederlandse voetbal onverwacht. Toch was vijftien jaar geleden al duidelijk dat we flink stront aan de lederen knikker hadden. Beginnende met het Bosman-arrest. De Belgische voetballer Jean-Marc Bosman eiste na het uitdienen van zijn contract bij de club RC Luik dat hij gratis mocht vertrekken naar een andere club. Dat klinkt nu raar, maar vóór het arrest mochten clubs bij het aangaan van een overeenkomst met een andere club nog een transfersom eisen, ook al was het contract uitgediend. Na vijf jaar procederen werd Bosman in 1995 door het Europese Hof van Justitie in het gelijk gesteld. Deze uitspraak had direct verstrekkende gevolgen. Spelers konden opeens net zo gemakkelijk van schoen als van club wisselen. Het aantal transfers rees de pan uit en de salarissen schoten door het plafond. Het grote Ajax van midden jaren negentig ging eraan kapot. Jongens als Kluivert, Davids en Seedorf, die met Ajax de pannen van het dak speelden, kozen voor het grote buitenlandse geld. Vandaag de dag zet die trend zich voort. Sterker nog, de talenten worden steeds vroeger weggekaapt. Clubs uit Engeland scouten tegenwoordig al bij C-junioren in Nederland. Nog even en scouts komen op kraamvisite. Kijken hoe de kleine trappelt.
Blik Zuid-Amerikanen
Veel Nederlandse clubs investeren daarom niet meer in een jeugdopleiding. Ze ontvangen toch geen transfersommen. Op hun beurt trekken de Nederlandse clubs de nog kleinere voetballanden leeg. Het is namelijk makkelijker een kant en klare buitenlandse speler te kopen dan zelf op te leiden. Als je geld steekt in vijftig talenten, zal er misschien eentje komen bovendrijven. En voor het zelfde geld trek je zo een blik kant en klare Zuid-Amerikanen open. De laatste jaren zijn daarom veel voetballers uit Zuid-Amerika, Oost-Europa en Afrika aangetrokken. Dit seizoen zijn er in de Eredivisie 49 nationaliteiten te bewonderen. Bij AZ spelen alleen al 15 verschillende nationaliteiten; bij Roda JC zelfs 19. Van de 463 spelers in de Eredivisie komen er maar liefst 186 uit het buitenland en dat worden er elk jaar meer. Banenpikkers gaat net iets te ver, maar feit is wel dat die gasten alleen komen om te cashen. Van clubliefde is geen sprake. Zit het even tegen of mislukt een transfer dan is het, hop in het vliegtuig, blessure faken en je thuis verstoppen. Of gewoon waardeloos gaan spelen en te laat bij wedstrijden komen. Werkte prima voor galbakken als Sergio Romero en Afonso Alves.
Tik Tak Theo
Een blik buitenlanders is daarom geen garantie voor succes. Je weet immers nooit wat je in huis haalt. En je zult altijd zien: breekt er een door, speelt hij het volgende jaar in Spanje. Dat is de realiteit. De Nederlandse clubs kunnen niet opbieden tegen de salarissen in het buitenland. Een club als Inter Milaan of Manchester City biedt simpelweg het tienvoudige. Dan is de keus snel gemaakt. De grote Goden zitten hierdoor in het buitenland en wij blijven zitten met de koekenbakkers. Het niveau is de laatste jaren, vergeleken met het buitenland, enorm gedaald. In de Engelse Premier League gaat het balletje bijna sneller rond dan je met het blote oog kunt waarnemen. Het rollator-tempo van de Eredivisie staat daarbij in schril contrast. Tik Tak Theo is er niet meer bij, als voor rust iedereen de bal een keer raakt, mogen we God op onze blote knietjes danken.
De bal is rond
De beste spelers spelen niet in Nederland, dat is duidelijk. De grote afwezigheid de laatste jaren in het miljoenenbal – genaamd de Champions League – is het keiharde bewijs. Gestaag verliezen we plekken die recht geven op Europees voetbal en dat doet pijn. Niet in de laatste plaats voor de penningmeester. De miljoenen aan bonussen verdwijnen in de zakken van de toch al rijke clubs. We raken steeds verder achterop. En als dat logge bureaucratische apparaat – genaamd FIFA – niet snel met een fatsoenlijke oplossing komt, is het straks definitief voorbij voor ons. Dan zijn het over een paar jaar alleen nog maar de Spaanse, Italiaanse, Duitse en Engelse clubs die tegen elkaar spelen. Helaas is er geen enkele aanwijzing die doet vermoeden dat de FIFA binnenkort gaat ingrijpen. FIFA-führer Sepp ‘Dietrich’ Blatter houdt zijn poot voorlopig stijf omhoog. Maar ach, het blijft elf tegen elf en de bal is rond. Misschien komt het met lang wachten vanzelf goed…
eredivisie, Mickey Mouse, Nieuws & Achtergrond, Sport, Tom Plat, Voetbal Nieuws & Achtergrond, Sport