10-01-2011 Robin Van der Sar No Comments
Deze maand een uitstapje naar de pareltjes van het betere archaïsche scheldwerk, waarmee u creatief en treffend uw rivaal verbaal kan vernederen dan wel verbijsterd kan achterlaten. De meeste verwensingen die men doorgaans door de broodmolen het openbare inslingert, nemen namelijk inmiddels zo’n aanzienlijk deel in van het dagelijks taalgebruik, dat hun kracht teniet is gedaan door gewenning. De veel voorkomende scheldwoorden, u kent ze ongetwijfeld, zijn hierdoor verworden tot loze klanken met eenzelfde overtuigingskracht en impact als het “en een fijne avond nog”, afkomstig van de kassière bij de supermarkt. Archaïsche scheldwoorden, daarentegen, hebben hun kracht hervonden en kunnen nog prikkelen door hun zeldzaamheid, waardoor ze ook meer gemeend zullen overkomen. Hieronder is een selectie gemaakt uit de onafzienbare hoeveelheid juweeltjes die de krochten van het archaïsche vocabulaire rijk zijn. De woorden zijn specifiek gericht op andere wezens, en dus niet om, bijvoorbeeld, stoom af te blazen bij het stoten van een teen. Varieer, en u zult succes oogsten!
In dit geval is het hommeles; u bent boos. Daar u normaal gesproken grijpt naar de veelgehoorde [voer hier ziekte in]-lijers, laat uw verbale tirades voortaan eens vergezeld gaan met een van de volgende krachttermen:
Algemeen:
satanskind, crapuul, proleet, baliekluiver.
Op het vrouwelijke geslacht gericht:
serpent, loeder, kenau, dragonder, helleveeg, gorgoon.
Op groepen gericht:
gespuis, addergebroed, rapaille, geteisem
(Allen eventueel naar smaak voorafgegaan door een toevoeging naar keuze, denk aan: ‘vunzige’, ‘hemeltergende’, ‘mismaakte’ etc.).
Veel voorkomend in de vorm “Wat ben je ook een ..” Mensen die u niet tot op het bot haat, maar toch nodig vindt lichtelijk onheus te bejegenen, al dan niet voor humoristische doeleinden.
Algemeen:
vlegel, schobbejak, paljas, snoeshaan, schlemiel, schuim der aarde
Met welgemeende verachting