De Drie Gezusters: Niet voor studenten

“Nee, De Drie Gezusters was zeker niet bedoeld voor het studentenpubliek, die zaten in de sociëteiten, en kwam je bij ons pas tegen als ze afstudeerden of promoveerden.” Oprichter Koos Huizenga vertelt over de oorsprong van de grootste kroeg van Groningen waar menig student al eens aan een draaibar heeft gestaan of een warme zilveren jas heeft aangetrokken in de ijsbar. In 1972 had Huizenga hele andere plannen met het majestueuze gebouw aan de Grote Markt: “Het moest grandeur uitstralen.”


De Vlaamse Reus
Zittend aan een lange stamtafel in zijn eigen huis maakt de nu bijna zeventig-jarige Huizenga een duik in de tijd, want om de Drie Gezusters van 1972 te begrijpen, moet je weten dat het kroegleven toen heel anders was. Huizenga was al in bezit van de kroeg De Vlaamse Reus in de Poelestraat: “Het was een eetcafé en heel informeel, maar rustig kon je er niet praten. Op een gegeven moment kwam er zelfs een box te staan, want vader en moeder ging dan ‘even op slok’ zoals dat toen heette.” Overigens was het in die tijd niet normaal dat vrouwen in de kroeg te vinden waren. “We moesten zelfs een speciale vergunning hebben voor vrouwelijk personeel.” De meeste andere kroegen in de stad waren vergelijkbaar met de Vlaamse Reus: klein en informeel.
Maar Huizenga was er al snel niet meer tevreden over: “Er waren geen echte regels of leiding en dan gaat iedereen knoeien en prutsen, mensen die veel drinken verwaarlozen hun omgeving en ik wilde niet meer zo’n soort kroeg runnen.” Hij was nog maar dertig jaar, maar hij wilde een gewaagde stap zetten; het grote pand aan de Grote Markt dat al stamde uit de veertiende eeuw moest dienen als een café-restaurant van weleer met grandeur. “Op dat moment waren grotere zaken al gesloten, men wilde dat niet meer. Ik wilde terug naar cafe-restaurant, zonder al teveel klaploperij.”

Het begin
Het moest groots worden en voor iedereen: handelsreizigers, hoogleraren, studenten wanneer ze afstudeerden, maar ook, zoals Huizenga het zelf zegt: “voor twee dames die een kop koffie wilden drinken.” Samen met de broers Hoogland kocht hij het gebouw waar nu nog ‘De Drie Gezusters’ op de voorgevel prijkt. Die naam kwam overigens voort uit het feit dat zowel Huizenga als de gebroeders Hoogland drie zusjes hadden.

Het koste hen een half jaar om het te verbouwen tot het restaurant-café met de grandeur die Huizenga nastreefde: “Op de eerste verdieping zat specialiteitenrestaurant Lieve Lotte, op de begane grond het café-restaurant en in de kelder feestzalen voor bijvoorbeeld afstudeerfeesten. Er waren biljarttafels en een grote leestafel waarop alle kranten van de wereld lagen, zelfs de Pravda.” Aan de muren hingen Ploeg-schilderijen die in bruikleen waren en er liepen echt opgeleide kelners en obers rond. “Dat maakte het sjiek.”

Bedorven Big
“We hadden een gigantische opening en de eerste dag was het al direct raak. We hadden een speenvarken, al was het eerder een big, zo groot was hij. Maar er zat een luchtje aan en bleek bedorven van binnen. Dus nog voor de opening werd het pronkstuk door de achterdeur afgevoerd,” vertelt Huizenga met een lach. Maar ook daarna ging het niet altijd van een leien dakje. Hij herinnert zich nog levendig dat de nogal stijve en formele oberkelner met het volgende verhaal bij hem kwam: “Meneer Huizenga, ik heb een jong stelletje, hij ligt met de benen op de tafel en bestelt een kopje koffie met een Frans cognacje en zegt: ‘neem er zelf ook één opa.’” Dat soort dingen gebeurden vaker en Huizenga moest concessie op concessie doen. Hij geeft toe dat het ook aan de deftige kant was, het paste niet meer in de tijd en hij verkocht zijn aandeel in de kroeg in 1975, slechts drie jaar na de opening. Hierover zegt hij zelf nogal luchthartig: Het was wel heel erg groot en het is bijzonder dat dat is gelukt, maar het was gewoon niet de juiste plek of het juiste idee.”

Na ’75 hebben nog een aantal, in Huizenga’s woorden, “avonturiers” een poging gewaagd om de grote Drie Gezusters draaiende te houden. “Uiteindelijk is het uitgemond in de heer Kooistra. De Drie Gezusters is één groot zuippaleis geworden vol met skihutten en draaibarren omdat de jeugd de kans kreeg. Maar begrijp me niet verkeerd, dat is gewoon waar die man zijn geld mee heeft verdiend.” Toch is het natuurlijk ver verwijderd van de visie die Huizenga voor de Drie Gezusters had. Het enige wat nog over is van Huizenga’s werk zijn de kroonluchters (waar nogal wat kristallen kopjes van missen), de lambrisering en de hoge plafonds.

Paleis der Schone Dranken
Overigens is Huizenga niet alleen de oprichter van de Drie Gezusters , maar ook van de Blauwe Engel. Nadat hij De Drie had verkocht wilde hij een oogje in het zeil houden: “ Ik huurde het souterrain van de Drie Gezusters af en richtte daar een “Paleis der Schone dranken” op als feestzaal voor de Drie Gezusters.” Hij laat trots een advertentie uit die jaren zien waarin staat dat de kroeg tussen kerst en oud en nieuw is gesloten. “Ik wilde geen klaplopers daar, en die komen juist tussen kerst en oud en nieuw.”

Dat in zijn Paleis der Schone Dranken nu tot diep in de nacht dronken studenten ronddraaien aan de bar weet Huizenga ook wel. “Ik deed een aantal jaren geleden een kroegentocht en ik ging ook langs de Blauwe Engel, maar de portier hield me tegen en zei ‘Ho opa, u komt er niet in’, waarop ik zei: ‘nou ja en misschien hoeft dat ook maar niet meer.’”

Carolien Lindeman en Maria Grol

Carolien Lindeman, de drie gezusters groningen Apart'ja

Leave a Reply