Het leven is ook Vurrukkuluk

giphart campert

Op 5 november brachten Remco Campert, Ronald Giphart en Philip Freriks in het kader van de landelijke campagne Nederland Leest een bezoek aan de Openbare Bibliotheek. Natuurlijk was de SK erbij en spraken wij met Ronald Giphart.

Het boek ‘Het leven is vurrukkuluk’ van Remco Campert stond centraal tijdens de landelijke campagne. Leden van de openbare bibliotheek kregen dit boek cadeau. Het idee achter de campagne van Nederland Leest is natuurlijk dat mensen het boek dat centraal staat gaan lezen, maar ook dat zij over dit boek gaan praten. Waarbij bijvoorbeeld allochtone jongeren en bejaarden met elkaar de discussie aangaan.

De avond werd geopend door ambassadeur van Nederland Leest, Philip Freriks. Het boek speelt in de jaren ‘60 en om het publiek een beeld te geven van het Amsterdam in die jaren krijgen we een fragment te zien van Andere Tijden. In het fragment wordt ook gesproken over ‘Het leven is vurrukkuluk’ en wordt het ‘een bijzonder boek in een bijzondere tijd’ genoemd.

Zo’n bijzonder boek kan alleen maar door een bijzondere schrijver geschreven worden dus was het tijd voor een gesprek met de meester, Remco Campert. De 82-jarige schrijver vertelde, onder het genot van een lekker rood wijntje, hoe het boek tot stand is gekomen. Opvallend was dat Campert voor een man op leeftijd bijzonder grappig uit de hoek kon komen met opmerkingen als: “Weetje, ik ben eigenlijk gewoon een dichter en ik doe maar wat.” De tijd heeft duidelijk nog geen vat op de schrijver. Tussendoor werd er een quiz gehouden waarbij vragen werden gesteld over ‘Het leven is vurrukkuluk’. Overigens heeft ondergetekende deze quiz geheel per ongeluk gewonnen.

Vervolgens verscheen Ronald Giphart ten tonele. Hij was door het CPNB, stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, gevraagd om voor de speciale Nederland Leest editie van Het leven is vurrukkuluk een lofreden te schrijven. Hij noemt het boek “een vurrukkuluk boek, meeslepend, vurschrikkuluk geestig, hilarisch, woordspelerig, vreugdevol en onweerstaanbaar”.

Voor Giphart is Campert een bewonderd voorbeeld. Zo beschrijft hij ook in zijn lofreden hoe Campert en hij afscheid van elkaar namen na een bonte avond van de Vlaamse literaire roadshow Saint Amour: “Even een ongemakkelijk moment, want de andere schrijvers hadden allemaal innig omhelsd. ‘Kom Ronald, we doen niet moeilijk,’ zei Campert vaderlijk, waarna hij zijn armen spreidde. Het moment erop gaven we elkaar drie klappende volzoenen, terwijl mij ondertussen gewaar werd hoezeer ik deze man bewonderde.”

Giphart heeft zich op sommige gebieden ook wel door Campert laten inspireren. Naar eigen zeggen komt in het werk van Giphart hetzelfde niet morele oordeel, de humor, het vertelplezier en de levensvreugde in de karakters naar voren.

Giphart was zelf een jaar of 15/16 toen hij voor het eerst wat van Campert las. Hij was meteen helemaal weg van Campert, maar hij was pas echt verkocht door de Nacht van de poëzie in 1984 waarbij Campert zijn poëzie voorlas. Giphart heeft niets dan lof voor de manier waarop Campert voorleest. En wij kunnen alleen maar beamen. Maar niet alleen Campert kreeg de nodige veren op een niet nader te noemen plaats, ook Giphart stond even in de schijnwerpers op het moment dat Campert toe gaf hem een van de spannendste schrijvers te vinden die hij kent.

Het werd overigens duidelijk dat de twee schrijvers, wel meer dan alleen collega-schrijvers zijn. Zo noemde Freriks Campert de literaire vader van Giphart en werd er geconcludeerd dat Giphart een kind is van de veranderaars terwijl Campert juist over de veranderaars schrijft. Beiden schrijven natuurlijk ook columns en ook daar werd nog even aandacht aan besteed. Campert vergeleek het schrijven met het gebruiken van puddingvormpjes. De grotere vormen zijn de romans en de kleinere vormpjes zijn de columns en soms heb je zin om een grote pudding te maken en soms maar in een kleintje. Een kleine sfeerimpressie van het gesprek: “Maar zou je ook columns schrijven als ze je niet zouden betalen?” vroeg Giphart op een gegeven moment aan Campert. Waarop Campert antwoordt: “Door wie wordt je niet betaald dan?” Uit deze opmerking bleek voor de zoveelste keer dat Campert nog bijzonder bij de pinken is. Toen hij ter afsluiting de laatste passage uit ‘Het leven is vurrukkuluk’ voorlas, waren ook wij helemaal weg van Campert.

Else-Marike Kepel, groningen, remco campert, ronald giphart Het Gesprek

Trackbacks For This Post

  1. Het Zelf – Opmerkelijk Nieuws - Het leven is ook Vurrukkuluk – Groninger Studentenkrant - 5 months ago

    [...] Groninger Studentenkrant [...]

Leave a Reply