29-11-2011 Hoofdredactie No Comments
De kans is groot dat je volksfilosoof Bas Haring recentelijk bent tegen gekomen in de media. Hij heeft namelijk een nieuw boek uitgebracht, Plastic panda’s, waarin hij bepleit dat het niet erg is dat er diersoorten uitsterven. We spraken de bijzonder hoogleraar aan de universiteit van Leiden over dit boek, zijn studententijd en zijn huidige functie.
In zijn nieuwste boek Plastic Panda’s pleit Haring dat het niet erg is dat soorten uitsterven zolang het niet ten koste gaat van ecosysteem. Dat wil echter niet zeggen dat het niet ‘vervelend’ is als natuur verdwijnt. “Op de een of andere manier bestaat het idee dat het slecht is als een soort uitsterft. Waarom dat is? Geen idee. Wat mij betreft moeten we gewoon het geheel in de gaten houden. Bovendien zijn er een aantal sleutelsoorten, bijvoorbeeld koeien. Als deze agrarische dieren uitsterven, is het slechts een kwestie van tijd voordat de laatste mens ook het loodje legt. Deze soorten worden echter geenszins met uitsterven bedreigd.”
Reorganisatie
Volgens Haring is er nou eenmaal een reorganisatie nodig, omdat er steeds meer mensen zijn. Van alle natuur die momenteel beschikbaar is, wordt een kwart gebruikt door de mens. Dat wil zeggen dat wij een kwart van alle hout, gras, graan, koeien en dergelijke gebruiken. Dat is heel veel. De overige driekwart valt dus ten deel aan alle andere levende soorten op deze planeet. Het is dan ook logisch dat hier soorten door uitsterven.” Er is als het ware een taartdiagram van alle beschikbare natuur op de wereld. Een kwart daarvan wordt gebruikt door ‘ons’, de mens, en de rest is voor de dieren. Logisch is het dus dat, als wij meer gaan gebruiken, er minder beschikbaar wordt voor de dieren. Er is immers maar een beperkte hoeveelheid natuur beschikbaar.
Tandwieltjes
Als argument tegen het uitsterven van diersoorten wordt vaak opgevoerd dat dieren vaak zo mooi zijn. Volgens Haring gaat dit esthetische argument echter niet op. “Stel dat er twintig diersoorten op een rijtje staan, die allemaal even mooi zijn en voor ons niet van elkaar te onderscheiden zijn. Als daarvan negentien uitsterven, kunnen we nog steeds genieten van hun schoonheid.” Een ander probleem dat mensen hebben met het uitsterven van soorten, is dat velen van ons denken dat de natuur te vergelijken is met een soort mechaniek met allerlei soorten tandwieltjes. Als een van die tandwielen ertussenuit wordt gehaald, stokt de hele machine. “Dit idee klopt niet”, stelt Haring. In de natuur is het helemaal niet zo dat alles afhankelijk is van elkaar.
Christelijk
Volgens de filosoof heerst er een ‘christelijk’ idee dat er geen soorten mogen verdwijnen. “Ik denk dat veel mensen daar last van hebben. Het niet opgeven wat er is zit in onze christelijke moraal.” Daar komt bovendien nog eens bij dat mensen vaak het idee hebben dat er met het uitsterven van soorten, lijden gepaard gaat. Dat hoeft echter helemaal niet. Haring noemt het voorbeeld van de Cubaanse krokodil. “Deze dreigt uit te sterven omdat hij seks heeft met de Floridakrokodil. Dat noem ik geen lijden.”
Media Technologie
Haring geeft nu een Masterprogramma Media Technologie. “Als mensen worden opgeleid als wetenschapper, worden ze heel vaak opgeleid in een stramien van de onderzoeksschool waaraan ze deelnemen. Dit is heel logisch, je bouwt voort op je voorgangers. De methodes die gebruikt worden zijn vaak ook ingesleten. Ik probeer studenten te leren een eigen methode te ontwikkelen en eigen vragen te stellen dingen waar ze zelf nieuwsgierig naar zijn. Dan dwing je ze tot meer zelf na te denken, in plaats van klakkeloos ingesleten methoden over te nemen.” Daarnaast geeft Haring nog andere colleges, bijvoorbeeld hoe je creatief wetenschappelijk onderzoek kan doen en over natuurwetenschappen voor alfastudenten. Hierin probeert Haring onder meer ingewikkelde onderwerpen als chaostheorie en de onzekeherheidsprincipe van Heisenberg begrijpelijk te maken.
Haring heeft gestudeerd in Utrecht, haalde zijn P van Natuurkunde, en switchte vervolgens naarKunstmatige Intelligentie, wat indertijd onderdeel van filosofie was. Tijdens zjin studententijd deed hij onder meer aan bier drinken, schilderen en toneelspelen. Bas was lid bij Veritas, geen diehard corpsbal, maar heeft wel jaarclub, waar hij onlangs nog mee op weekend is geweest. Verder werkte hij veel. Haring gaf zo’n twintig uur per week bijles aan middelbare scholieren. Ook probeerde hij tijdens zijn studententijd aan de weg te timmeren als schilder. Dit zat van oudsher ingebakken in zijn genen; hij kwam uit een familie van kunstenaars. “Het beeldend bezig zijn stond hoog aangeschreven in mijn familie. Dat was echter niet waar mijn talenten liggen.” Later ontdekte Haring het schrijven, waar hij zich veel beter in thuis voelde.
Promoveren
Na zijn studie besloot Haring te promoveren. Hij had echter de grootste moeite zijn proefschrift op tijd af te krijgen, vertelt hij. “Ik dacht; dit gaat niet lukken. Als ik dit nog wil halen, moet ik een maand weg. Toen ben ik naar de Lovoten, een eilandengroep voor Noorwegen gegaan. Daar is het vanaf 1 mei vierentwintig uur per dag licht. Erg handig. Bovendien waren er geen toeristen en was ik met zo’n tien mensen op het eiland. In het begin voelde ik me hartstikke eenzaam, maar uiteindelijk heb ik als een tierelier gewerkt. Toen was het heel gaaf. Werken, slapen, wakker worden en weer werken.”
De komende tijd gaat Haring zich verdiepen in de economie. Daar gaat hij namelijk een boek over schrijven. “Ik ben best veel met biologie bezig geweest voor Plastic Panda’s. Hierdoor raak ik misschien te gekleurd. Ik word best snel vooringenomen als ik een onderwerp begin te bestuderen. Ik vind het dan ook heel leuk om een onderwerp te kiezen waarvan ik geen flauw benul heb. Wat betekent recessie? De euro stijgt, waarom? Is dat goed of is dat slecht? Ik heb geen flauw benul. Het lijkt me reuzeleuk dat eens uit te zoeken.”
Olivier Oost & Robin van der Sar
Bas haring, interview bas haring, Olivier Oost, Robin van der Sar Het Gesprek