Een bijzondere themawoning in het zuiden van Groningen
Een bijzondere Apart’ja in de Studentenkrant deze maand. Beeldend kunstenaar Feike van der Boom leidt de SK rond in zijn themawoning, dat helemaal de vorm van een slakkenhuis heeft en bovendien extreem duurzaam en energiezuinig is gebouwd. Veel studenten zullen waarschijnlijk in slaap vallen bij de woorden ‘duurzaam’ en ‘zuinig’. We hebben geen tijd om ons daarmee bezig te houden aangezien we iedere maand toch al moeten sappelen om onze huur bij elkaar te krijgen. Toch is dit duurzame huis erg interessant en vooral erg slim gebouwd en ingericht. Zelfs de fietsbeugels en de postbus zijn volgens een bepaalde filosofie gemaakt.
Het bijzondere huis van Van der Boom heeft al veel media-aandacht gekregen. Zo stond het bijvoorbeeld al in het Dagblad van het Noorden en in de Quinta. ‘Vooral mijn vrouw vindt die media aandacht leuk, ze vindt het leuk om zichzelf terug te lezen.’ Waar komt de inspiratie van een slakkenhuis eigenlijk vandaan? De meeste mensen gruwen ervan. ‘Een jeugddroom van toen ik nog vijftien was,’ legt van der Boom uit. ‘Ik dacht altijd: zou het niet mooi zijn als mensen net als slakken een huisje op hun rug droegen, dan zou er niemand dakloos zijn.’ Lees verder »
Als echte stedelingen is het toch altijd weer even schrikken als je het reisschema bekijkt van Groningen naar een klein dorpje in Friesland. Vroeg in de morgen, met een tas vol broodjes, drinken en een fotocamera vertrokken we uit Groningen. Na meer dan een uur strandden we in Lemmer, op een kleine standplaats voor bussen. Hoopvol wachtten we op de aansluitende bus, die anders pas weer over een uur zou gaan. Maar het ging allemaal goed en we kwamen met de bus door allemaal kleine, schattige Friese plaatsjes. Steeds verder af van de grote wegen en de rijtjeshuizen, steeds verder het platteland op. Gelukkig was de buschauffeur zo aardig ons precies voor de boerderij af te zetten, iets wat je in de stad niet snel zal gebeuren, en zo komen we mooi op tijd aan voor de workshop. Lees verder »
Het is weer helemaal ‘je van het’. Tupperwareparty’s, maar dan met dildo’s en vibrators. Menig damesdispuut in Groningen is ondertussen voorzien van voldoende apparatuur. Maar de meeste buttplugs gaan nog steeds bij seksspeciaalzaak Christine le Duc over de toonbank. Hoe is het om hier verkoopster te zijn?
Werken bij Christine le Duc is voor veel mensen geen doodnormale baan. Linda, de verkoopster, vindt het wel doodnormaal. ‘Iedereen doet toch aan seks? Als je niet aan seks doet, dan ben je pas bijzonder.’
De Hema voor seksproducten
Linda begrijpt niet helemaal waarom mensen de winkel speciaal vinden. ‘Het is hier net de Hema, maar dan met seksproducten.’ Ze kwam bij het werk door een advertentie, volgens haar man was dat wel iets voor haar.
En dat blijkt. Als je de winkel binnenkomt geeft ze je ook echt het gevoel dat je in een Hema rondloopt. Dit is misschien nog beter dan een dildoparty met twintig giechelende vrouwen. ‘Van jong tot oud komen er mensen binnen. Zelfs van boven de 75.’ Linda vertelt dat juist de oudere mensen de meest kinky spullen kopen. ‘Hoe ouder, hoe gekker.’
Maar ook onwennige en nieuwsgierige studenten komen langs. Linda probeert ze op hun gemak te stellen en te vragen wat ze precies willen doen. Bijvoorbeeld of ze de massageolie wel of niet willen oplikken.
Beaderde dildo’s
Het meest verkochte artikel is toch wel de vibrator. Niet onbegrijpelijk. Dit is een toegankelijk product en aanwezig in allerlei soorten en maten. Naast de normale vibrators zijn er ongelooflijk grote, knalroze dildo’s, net echte beaderde dildo’s, en maak-je-eigen-dildo sets aanwezig.
Linda verstaat haar vak goed. Na een kort gesprek loopt de hoofdredactie weg met het vaginaboek van Goedele Liekens, een massagekaars en een penisring. Net Hema, maar dan iets aparter.
Er ontstond een ware hype na zijn optreden in het televisieprogramma Man Bijt Hond. Nederland verbaasde zich massaal over de levensstijl van de Groningse dierenvriend Lammert Grofsmid. Hoe gaat het twee series later met hem?
Onder het genot van een plastic bekertje koffie doet Lammert zijn verhaal. Koffie uit plastic bekers om zo de stapel afwas zo beperkt mogelijk te houden.
Man bijt hond
De aandacht voor Lammert is begonnen doordat een duivenmelker die af en toe bij hem over de vloer kwam, hem opgaf voor het programma Man Bijt Hond. Deze waren verrast door de bijzondere levensstijl van Lammert met zijn makkelijke levensopvattingen, en zijn huis waar alles kan.
Man Bijt Hond maakte een vier uur durende opname bij hem thuis. Daarvan zijn zes minuten uitgezonden. Die zes minuten hebben Nederland enthousiast gemaakt. Men wilde meer zien van deze man en een serie over het huishouden van Lammert Grofsmid werd op poten gezet.
Na het succes van zijn optreden bij Man Bijt Hond is er veel op Lammert afgekomen. Er zijn twee series gemaakt, hij is benaderd om een single te maken en hij geeft optredens door het hele land. Door de roem en de bekendheid is Lammert geen ander mens geworden. ‘Ik blijf gewoon mezelf. Ik ben heel makkelijk.’ En dat is door het hele huis te zien.
Rommel
Schoonmaken en opruimen doet Lammert nog steeds niet. Overal in huis ligt wel iets. Van een afgegeten boterham op de vloer tot een voorraad cola – genoeg voor vijf jaar – in de gang. Spinnenwebben hangen in elke hoek van de kamer, en op tafel staat een kom met een vis die de buitenwereld nog nooit heeft mogen zien.
Zijn slaapkamer ligt bezaaid met kleding. ‘Ik heb net aangeveegd’, zegt hij. Hij bedoelde met het aanvegen niet zijn kleding, maar een grote verzameling stof dat op een hoop in de hoek van zijn kamer is geveegd. De achtertuin ligt er niet veel anders bij. ‘Een rimboe’, met jaren opgespaarde rommel. ‘Ooit wil ik alles nog wel eens opruimen’, maar tot nu toe wordt de berg alleen maar groter.
Huisdieren
Anouchka, de hond, slaapt gezellig bij Lammert in bed en de kip zit ’s nachts op de koelkast, waarop de kippenstront natuurlijk niet ontbreekt. Het enige dat we missen zijn de geiten die normaal gesproken vrolijk door het huis lopen.
Doordat Lammert zijn baan als orderpikker is kwijtgeraakt wegens diefstal van gehaktballen, was er geen geld meer om zijn geiten te verzorgen. ‘Het orderpikken vatte ik iets te letterlijk op.’ Wetten en regels lapt Lammert wel vaker aan zijn laars.
Tegenwoordig heeft hij rijles, maar autorijden doet hij al dertig jaar. ‘Ze hebben me er maar twee keer mee gepakt.’ Ook is hij lange tijd zendpiraat geweest waarvoor hij drie en een half jaar celstraf heeft gekregen. In de gevangenis was Lammert door zijn grappen en grollen een graag geziene gast.
Vader
Lammert wordt vaak vergeleken met zijn vader, die net als hij ook zendpiraat was en tijden in de gevangenis heeft doorgebracht. Op deze vergelijkingen is hij niet bepaald trots. Lammert heeft geen goede herinneringen aan zijn vader, die net als hij voor publiek zong, maar vooraf wel altijd een borrel nodig had.
Lammert was bang voor zijn vader wanneer hij dronken was. Daarom heeft lammert de drank afgezworen. ‘Als ik optreed, en mensen bieden me een biertje aan, dan bedank ik en zeg: Doe mij maar chocolademelk.’
Mannenliefde
Aandacht genoeg dus, ook tijdens optredens, maar vrouwelijke aandacht heeft hij niet nodig. Lammert is van de mannenliefde. ‘Ik heb vijf zussen waarbij ik ben opgegroeid. Je kunt het natuurlijk niet met zekerheid zeggen, maar ik denk dat ik daardoor homo ben geworden.’
Hij haalt daarbij de verhalen van Winnetou aan: ‘Een van de bekendste fictieve Indianen die een bloedbroederschap sloot met een vriend. Ik vond dat zo mooi en speciaal. Zo’n band had ik ook graag met iemand willen hebben.’
Björn Borg-boxers
Relaties heeft hij in het verleden wel gehad, zelfs eens met een vrouw, maar momenteel heeft hij geen relatie en is daar ook niet op uit. Hij heeft nu genoeg om handen. Na het succes van zijn debuutsingle ‘Schei wi dei’ en zijn nieuwe single ‘Mooi Nederland’, is hij druk bezig met het maken van een CD. Hij heeft zelfs in het voorprogramma van Jan Smit gestaan.
Met zijn verdiende geld verwent Lammert zichzelf met setjes Björn Borg-boxers, hippe kleding en potten gel (op aanraden van Jan Smit). Of er nog een nieuwe serie zal komen is niet bekend. ‘Ik zou het wel leuk vinden, maar het hoeft niet per se.’ Fans heeft Lammert immers al genoeg.
Strak in pak met flitsende zonnebril en cowboyhoed zwerft hij dansend door Groningen, met in zijn rugzak een zelf geknutselde muziekinstallatie.
De 55-jarige Petru is afkomstig uit Roemenië en woont sinds zestien jaar in Groningen. Momenteel leeft hij van een uitkering. Geld is niet wat hem gelukkig maakt, zijn hart en ziel liggen bij zijn dertienjarige dochter Petra en de dans. Gewoon een idioot
In het Groningse nachtleven gaat Petru geheel in zichzelf op tussen de feestende menigte van studenten. Hij wordt nagekeken, uitgelachen, en er wordt geregeld kleingeld naar hem gegooid. Enkelen willen zelfs op de foto met hem.
Het geld hoeft hij niet. ‘Ik houd niet van bedelen, ik wil alleen de mensen opvrolijken met lol en plezier!’ En plezier hebben de mensen die hem zien dansen zeker. Petru is een opvallende verschijning, iets wat hij zichzelf goed realiseert. ‘Ik ben gewoon een idioot’, zegt hij vrolijk.
Bom op de rug
Idioot schijnt volgens hem afgeleid te zijn van het woord idee. En aan ideeën ontbreekt het hem niet. ‘Het dansen is begonnen toen ik een discman kreeg’, vertelt Petru. Met een gekopieerde cd van Captain Jack konden de danspassen niet achterblijven.
Zijn muziekuitrusting hangt hij om zijn nek, met achter in zijn rugzak twee boxen voor maximaal volume. ‘Mensen denken wel eens dat het een bom is.’ Door alle draadjes heeft het daar ook wel wat van weg. Petru maakt er een grapje van: ‘Ik heb twee knopjes, één voor vrede en één voor wraak’, zegt hij tegen de mensen.
Zelden dronken
In zijn rugzak bewaart hij ook een fles drank met daaromheen een lege zak chips om op straat zo onopvallend mogelijk te drinken. Petru beweert echter zelden dronken te zijn. De alcohol die hij binnenkrijgt danst hij er volgens eigen zeggen direct weer uit.
Petru laat een paar laatste danspassen op het geluid van Captain Jack zien. Ondanks zijn problemen met geld en instanties staat hij vrolijk en positief in het leven. ‘Het leven moet je leren nemen zoals het is!’
‘Wanneer u interesse heeft in een ontmoeting met mij ga ik hier graag op in. Wat voor vorm, welk moment en waar deze ontmoetingen plaats zullen vinden weet ik niet.’ Minerva-student David de Haas maakt ontmoetingskunst.
De 22-jarige kunstenaar David de Haas woont in een antikraakpand in Helpman. Zijn kleine kamertje is simpel ingericht. Bed, bank, twee op elkaar gestapelde tv’s. ‘De onderste is stuk’, vertelt de tengere jongen, ‘maar ik vind dit wel mooi’.
Ontmoeting als kunst
In zijn boekenkast staan boeken over interactieve kunst. De kunst van De Haas wordt ook wel ontmoetingskunst genoemd. In de ontmoetingskunst creëert de kunstenaar een setting waarin een ontmoeting kan plaatsvinden. Wat er gebeurt wordt door zowel kunstenaar als gast beïnvloed. ‘Je komt in een rare positie terecht’, vertelt De Haas, ‘want wat je tijdens de ontmoeting doet is kunst.’
Deze kunstvorm is voor de jonge kunstenaar een reactie op de zapcultuur. ‘Er is behoefte aan zoiets. Ik hoorde laatst dat mensen binnen zeven seconden bepalen of ze naar een kunstwerk blijven kijken of doorlopen. In mijn kunst zijn mensen zelf onderdeel van het kunstwerk en kan men pas achteraf een mening vormen.’
Week lang in een glazen huis
Het eerste ontmoetingskunstwerk van De Haas was het bewonen van het Tschumipaviljoen. Een week lang woonde hij in dit glazen huis op het Hereplein, terwijl hij onbekenden uitnodigde voor ontmoetingen. Alles wat hij deed was te zien voor het verkeer, alleen zijn bed stond achter gordijnen. ‘Veel mensen wilden alleen weten wat er aan de hand was, maar het waren de langere bezoeken die interessant waren’, vertelt de twintiger. ‘Zo was er een jongen die tijdens het eten opeens uitriep: Ik zit in een kunstwerk! Opeens drong het tot hem door.’
Hoewel De Haas alleen de rol van gastheer probeert te spelen, vormen veel mensen al voor de ontmoeting een beeld van hem. Zo waren er vrouwen die in hem een liefdadigheidsproject zagen. ‘Ze brachten cake en bloemen langs en waarschuwden me de deur ’s nachts op slot te doen’, vertelt de kunstenaar lachend.
Kluizenaar
Afgelopen winter maakte De Haas zijn tweede ontmoetingskunstwerk: het Lakehouse. Hij bouwde een drijvend huisje dat hij vastlegde bij een schiereiland in het Hoornsemeer. Hier zou hij als een kluizenaar gaan wonen, slechts per roeiboot bereikbaar voor gasten. Dit project liep niet zoals gepland. Nog voor De Haas zijn kluizenaarswoning kon betreden bevroor het meer. Eerst was het ijs te dun om het huisje te kunnen bereiken. Later was het te koud om het huisje te bewonen.
Slechts twee nachten heeft De Haas er doorgebracht. Toch is het geen mislukt project. ‘Het is jammer dat het zo ging, maar ik wil in mijn werk juist niet alles van tevoren bepalen. En er is een verhaal ontstaan. Dagblad van het Noorden maakte een reportage met als onderwerp: kunstenaar vecht tegen de natuur. Ik werd echt als kluizenaar neergezet en dat vond ik mooi.’
Dat clichébeeld was volgens de bijna afgestudeerde kunstenaar de intentie van zijn werk. ‘Ik denk dat je als kunstenaar eerst het clichébeeld moet begrijpen voordat je verder kunt.’ En verder wil hij zeker gaan, want het jonge talent heeft nog veel plannen. Geen tastbaar werk, maar interactieve projecten. ‘Ik wil in contact staan met mensen.’
Studenten Berend de Haan (25) en Rudolph Wortelboer (22) offeren al maanden hun zondagochtend op om kleiduiven te schieten. Door in mei tijdens hun jachtexamen achttien van de 25 oranje kleibordjes te raken halen ze hun jachtakte. ‘Het is terecht dat het examen zo zwaar is, je hebt als jager de verplichting om een beest in één keer dood te schieten.’
Met vijf luide knallen raakt De Haan alle vijf oranje schoteltjes die de lucht in worden geschoten. Hij ontlaadt het geweer dat nog narookt, en vertelt: ‘Schieten gaat om je gemoedstoestand en continuïteit is daar belangrijk voor. Ik ga elke zondag schieten en moet daar inderdaad veel dingen voor laten.’
Strenge regels
Met Wortelboer gaat het even iets slechter en begeleider Menno Hollander van schietvereniging Vulpes Vulpes vraagt streng: ‘Ben jij op stap geweest?’ Wortelboer ontkent, maar weet uit eerdere ervaring toe te geven: ‘Een wilde nacht heeft zeker invloed op hoe je schiet.’
Je jachtakte halen is geen goedkope grap, je bent zo achthonderd euro kwijt aan het wekelijks schieten en het examen. In ruil daarvoor mag je dan op officiële jachtvelden jagen en weet je hoe je professioneel met een jachtgeweer omgaat. De regels omtrent het schieten zijn streng, zo worden de twee er direct op gewezen als ze hun geweer niet goed terug hebben gezet of wanneer ze hun veiligheidsbril zijn vergeten.
‘Mijn opa was een fervent stroper’
Toch gaat het nog vaak genoeg mis bij het jagen en een ongeluk zit in een klein hoekje. ‘Stel ik spring met een geladen geweer over een sloot terwijl Berend voor mij loopt, dan heeft hij een schot vol hagel in zijn rug’, speculeert Wortelboer. De Haan wijst naar een groepje oudere mannen die nonchalant met hun geweer over hun schouder over de schietbaan lopen. ‘Kijk, als je zoiets doet ben je dus gelijk gezakt voor je examen.’
Beginnen met jagen is niet iets wat je zomaar doet, maar ‘bij Vindicat is er elk jaar wel een groepje dat voor zijn jachtakte gaat’, volgens Wortelboer. ‘Mijn familie is er niet heel druk mee bezig, maar ik ging vroeger weleens mee op drijfjacht.’ De Haan heeft ook in zijn jeugd met jagen te maken gehad: ‘Bij mij zat het er altijd al in, mijn opa was een fervent stroper.’ De Haan vertelt: ‘Ik wil graag echt jagen straks, maar ik weet nog niet goed hoe ik dat moet vormgeven, daar moet je vriendjes met jachtvelden voor maken.’
Negatieve reacties
De twee studenten hebben al wel met negatieve reacties op het jagen te maken. ‘Tegenstanders zijn moeilijk over te halen dat het niet per se slecht is’, stelt de Haan. Hij geeft toe dat hij zelf ook erg kritisch
is, op bijvoorbeeld het soort drijfjachten dat in Engeland plaatsvinden. Maar hij nuanceert ook: ‘Aan de firma Disney hebben we een ideaalbeeld van dieren te danken en dat maakt ons als jagers tegelijkertijd de grote boeman. Ondertussen eten dezelfde kindertjes die naar die films kijken kistkalveren, dat is pas lullig.’
‘Soms is jagen ook gewoon nodig, bijvoorbeeld toen er te veel konijnen waren en ze met ontstoken ogen massaal de Waddenzee inliepen’, vertelt Wortelboer. ‘Wij snappen ook wel dat het niet de bedoeling is om alles dood te schieten dat beweegt.’ Dan worden de beide studenten weer bij de les geroepen met een laatste wijsheid van begeleider Hollander: ‘Jongens, schieten is net ballet: het moet een mooie vloeiende beweging zijn.’
Ze zingt, maakt beeldende kunst, en momenteel is Rickie Eden druk met haar nieuwste voorstelling waarin ze optreedt met papegaaien. Dit Groningse theaterdier leeft sinds enige tijd samen met deze bijzondere vogels: ‘Het zijn net kindjes van vier.’
In een lange, haast sprookjesachtige, witte jurk loopt Eden ons tegemoet. In haar handen houdt ze een stok vast waar een eveneens witte papegaai, Lulu genaamd, aan bungelt. ‘Kom op, zonder handen’, beveelt ze, maar Lulu heeft daar niet zo veel zin in en klampt zich stevig vast.
Eden leidt ons naar haar achtertuin waar ze via een raam haar woning inklautert. In een klein kamertje zijn een zitplek en een podium gecreëerd van waar de excentrieke vrouw en haar papegaaien truc na truc vertonen. Bij de slotact houdt ze een bord met allerlei gekleurde letters omhoog. ‘Waar is de blauwe P?’ vraagt ze. Na enkele pogingen wijst de papegaai de juiste letter aan.
Intelligente papegaai
Zeven jaar geleden had Eden nooit gedacht dat ze later papegaaien in huis zou nemen. ‘Ik wou vroeger niet eens een papegaai, vond dat zo’n dier in de jungle thuis hoort. Toen leerde ik elf jaar geleden de kaketoe kennen, die witte. Ik keek in die oogjes en had gelijk zoiets van: wat een intelligentie zit daarin.’
De eigenaren van de vogel, die Lulu in een kooi hadden laten zitten, brachten haar na een tijdje terug naar de dierenwinkel omdat ze onhandelbaar zou zijn. ‘Ik ben toen die winkel ingelopen en heb gezegd, wat ga je nou doen met die vogel? Hij was ondertussen al bang voor iedereen, dus ik heb er ook niet voor hoeven te betalen. Ik mocht hem gewoon zo meenemen.’
Snel voegt ze er aan toe: ‘Het is dat Lu’s en mijn lot met elkaar verbonden waren, dat ik dacht van: ik moet dit doen. Maar ik ben er heel erg op tegen hè, op een papegaai die je in de dierenwinkel koopt.’
Fietstochtjes
Om te zorgen dat haar papegaaien wel genoeg beweging krijgen neemt Eden ze vaak mee op fietstochtjes. ‘Ja, die van mij gaan iedere keer mee op de fiets naar de markt. De tweede keer dat we er waren pakte ik m’n portemonnee en haalde hij gelijk geld eruit en gaf het aan de verkoopster.’
Ondanks de uitstapjes blijft het wonen met vier papegaaien af en toe lastig. ‘Het zijn gewoon kindjes van vier, en ze blijven ook altijd vier. Ook als ze honderd zijn.’
Orang-oetankeutels
Inmiddels bevindt Eden zich al vele jaren in de kunstwereld, maar het scheelde niet veel of haar leven had er een tikkeltje anders uitgezien. ‘Ik wou altijd professor in de biologie worden, alleen wiskunde, scheikunde, natuurkunde, dat was het helemaal niet. Heel jammer. Ik wilde zo graag de rest van mijn leven orang-oetankeutels op Borneo verzamelen. Dat leek me helemaal het einde.’
In plaats daarvan vertrok ze naar Parijs waar ze al zingend op straat als model werd ontdekt en een aantal jaren de Parijse catwalks bewandelde.
Met paard en wagen de wereld rond
Over haar toekomstplannen hoeft Eden niet lang na denken. Graag zou ze nog eens met paard en wagen de wijde wereld willen intrekken om onderweg voorstellingen met de vogels te geven. ‘Maar eerst een ezeltje om te beginnen, want ik ben niet rijk genoeg voor een paard. En het geeft ook het Jozef en Maria effect hè, dat iedereen zoiets heeft van: kijk nou toch, die lieverd.’
Het lijkt haar heerlijk om per dag te leven, zonder het geregel wat vooraf gaat aan elk optreden. ‘Ik wil gewoon het hele georganiseer ontvluchten, leren om over deze magische aarde te zwerven.’
De Groninger Studentenkrant is een maandblad gemaakt voor en door studenten die studeren aan een van de Groninger hogescholen of aan de Rijksuniversiteit.