Studententaal: een lekker warm wij-gevoel

Auteur: Tessa Nijland On 11-04-2010

Integreren, een zware taak voor de sjaars in Groningen. Onderdeel van het integratieproces is het leren van de vaktaal der student. ‘Nog geregeld gisteren?’, ‘Voor tien euri naar de pleuri gaan in de Blauwe!’ en ‘De hele dag lopen soggen’ dien je te kunnen ontcijferen. Een tijdrovende opgave, maar na de nodige inspanning weet de gemiddelde eerstejaars student moeiteloos met de rest van de studenten mee te blaten. Studententaal, een bijzonder fenomeen om eens nader te bekijken.  

Wij-gevoel

Studenten onderscheiden zich van de rest van de samenleving. Ze vormen een subgroep met karakteristieke kenmerken, waarvan hun taalgebruik er één van is. Paulien Cornelisse, bekend van het boekje ‘Taal is zeg maar echt mijn ding’ en specialiste op het gebied van taal vertelt: ‘Elke subcultuur probeert dingen te doen om zich te onderscheiden van de rest van de samenleving. Dat gebeurt bijvoorbeeld door kleding, maar ook door taal. Als je dingen zegt die anderen niet begrijpen of zelf niet zouden gebruiken, creëert dat een lekker warm wij-gevoel. Misschien dat dat voor studenten extra belangrijk is, omdat ze allemaal net uit het ouderlijk nest zijn gevallen.’

Blijvertjes en afvallers

Cornelisse maakte in haar studententijd zelf ook zo nu en dan gebruik van studentenwoorden: ‘Ik zei (en zeg) wel dingen als ‘bizar’ maar sommige studentenuitdrukkingen ben ik ook weer kwijtgeraakt, zoals het voorvoegsel ‘mega’ vind ik niet meer kunnen.’ De taal der student is zoals Cornelisse al aangeeft aan mode onderhevig. Zo ging je vroeger als student barren en slaplippen als je ging zuipen in de kroeg. Studenten waren muzenzonen en een behaarde borst werd een sjekplantage genoemd. Je woonde in een kast en niet-studenten waren ploerten. Jammer genoeg zijn deze woorden uit de tijd geraakt. Slechts een paar uitdrukkingen hebben de Dikke Van Dale weten te halen. Studentenwoorden als ontgroenen, prof en collegehengst worden tegenwoordig als algemeen beschaafd Nederlands beschouwd.

Studentenwoordenboek

Het zou zonde zijn als de woorden die niet onder het normale volk bekend worden zouden verwateren. Daarom hebben Albert Gillissen en Paul Olden gezorgd voor een blijvende herinnering aan een reeks studentikoze termen. Gillissen, nu 53 jaar, studeerde Nederlands in aan de Universiteit Leiden. ‘We hebben in elke studentenstad universiteiten en hogescholen gevraagd een aantal maanden typische uitspraken van studenten te verzamelen. Die uitdrukkingen hebben we samengevoegd tot een boek’ vertelt Gillissen. Het boek werd een groot succes. Door heel Nederland werden zo’n 20.000 exemplaren verkocht. ‘Bij een afstudeerfeestje behoorde ons boek tot één van de standaard cadeaus.’

De Lullo’s

‘Een deel van de door ons beschreven woorden worden ook vandaag de dag nog gebruikt’ weet Gillissen te vertellen. Het is een bron voor inspiratie. Ook bij Jiskefet komen woorden van Gillissen en Olden terug. Jiskefet maakte met de Lullo’s een persiflage op corpsballen. Van Binsbegen, Kerstens en Kamphuijs, een stel lamme studenten die niets anders doen dan slapen en zuipen. In hun sketches passeren tal van studententermen de revue, met als meest legendarische uitspraak: ‘Hé Lullo, nog geneukt?’

Lettergrepen en afkortingen

Het ontstaan van nieuwe woorden gebeurt altijd en overal. Zo heeft elke studentenstad zijn eigen woorden voor regionaal gebruik. In Wageningen wordt bijvoorbeeld een lokale Wageningse jongere een Wajo genoemd. Andere woorden zijn door heel Nederland te gebruiken. Deze kunnen worden ingedeeld naar manier van ontstaan. Zo wordt er gebruik gemaakt van lettergreepwoorden waar stufi (studiefinanciering) en constibo (constitutieborrel) toe behoren. Ook is het afkorten van woorden (aspi en corpo) een veel voorkomende ontstaanswijze van nieuwe studententermen.

Bralkoningen

Cornelisse vindt studententaal diep-fascinerend. ‘Ik vind het altijd leuk als er één of andere subcultuur is waar ze dingen anders zeggen dan ik. Regelen vind ik bijvoorbeeld erg leuk, maar ik zat niet bij een vereniging, dus dan komen dit soort dingen minder snel tot je.’ Bij studentenverenigingen vind je inderdaad over het algemeen de actievere gebruikers van studententaal. Met veel geschreeuw en geblaat worden de meest ongangbare woorden gepresenteerd. Leden lijken er een competitie van te maken wie de titel bralkoning voor zijn rekening mag nemen.

Creatief communiceren

Iedereen gebruikt de studententaal op zijn eigen manier en heeft zijn eigen stopwoordjes en zinnen. Cornelisse heeft als favoriete uitdrukking uit haar studententijd: daar mag ik het wel op. ‘Plat en daarom heel grappig’ zegt ze. Met z’n allen zorgen we zo voor creatieve manier van communiceren die leidt tot de meest bijzondere samenstellingen.

Popularity: 72% [?]

Laat een reactie achter

Advertenties

Over de Studentenkrant

De Groninger Studentenkrant is een maandblad gemaakt voor en door studenten die studeren aan een van de Groninger hogescholen of aan de Rijksuniversiteit.

Twitter

    Foto's

    IMG_6502SAM_1661.jpgraleigh_004Eurythmy Photos (13)