Ik fiets door de stad. De bel klinkt en dan sta ik stil voor de brug. Nietsdoenend kijk ik om me heen. Rechts van mij staat een papa, iets te oud voor zijn spijkerjasje, snelle bril en gympen. Ik kan zien dat het een papa is, omdat een kind voorop zijn fiets zit. Het kind wijst naar de brug, maar blijft met de uitspraak steeds hangen bij ‘brug ooo…’. Papa laat zich paaien om de zin steeds weer voor het kind te herhalen: ‘Ja, de brug is open.’ Ook al is papa papa, een mooie papa is het zeker.
Ik zou me later trouwens nooit laten paaien door m’n kind. Het liefst zou ik het kind eten geven en dan net als het hap wil doen, de lepel weer terug trekken. Als het kind moet lachen, dan hou ik hem. Of haar.Links staat een jongen van rond de 23, te bellen. Met z’n drieën, en het kind, kijken we naar de boot die langs gaat komen. Het is een enorm wit gevaarte dat rechtstreeks uit Miami lijkt zijn komen varen. Hoe dichterbij de boot, hoe beter te zien is wat het vervoert.
Bejaarden.
En veel. Parmantige dames zitten binnen aan de port of boven op het dek. Ze zwaaien, zoals koninginnen zwaaien. Wuiven dus.
Papa is nog steeds te oud voor zijn spijkerjasje, het kind blijft nog steeds steken op de ‘ooo’, en de jongen blijft nog steeds bellen. Totdat de jongen zijn gesprek onderbreekt om tegen de papa te zeggen: ‘Zat die oma nu met u te flirten?’ Waarop de papa bevestigend knikt, en glimlacht. Vanaf de boot klinkt gegiechel.
Ineens vormen we met z’n drieën, en het kind, een drietal. De jongen belt weer verder. Totdat een oma vanaf het dek roept: ‘Joehoe, jij mag ook wel mee hoor, jongeman.’ De jongeman onderbreekt zijn gesprek: ‘Wacht even, er gebeuren hier gekke dingen.’ Gegiechel alom en als drietal lachen we. Het kind snapt het niet.
De brug laat de wereld even stilstaan. Automobilisten zetten de motor af, fietsers rusten uit en de wachtende mensen zijn ineens geen vreemden meer maar haast een familie.
De boot vaart verder en we zien het achterdek. In de schaduw staan daar de rolstoelers in verdacht strakke lijnen geparkeerd. Dit zijn de oma’s die niet parmantig zwaaien en niet flirten.
De slagbomen gaan open en de wereld draait weer. Jan Plezier, de naam van de boot, is het laatste wat ik zie.
Popularity: 66% [?]





