Maandelijks neemt de Studentenkrant een kijkje in het leven van een student. Deze keer Erik Berends, militair bij het Korps Nationale Reserve. ‘Mensen hebben toch respect voor je.’
‘Ik had er vertrouwen in en heb de gok genomen’, stelt Erik Berends (20) over zijn keuze bij het Korps Nationale Reserve (kortweg Natres) te gaan. Enthousiast spreekt de vierdejaars student Sportgezondheid over de werkzaamheden, sfeer en trots van het korps. Zijn drijfveren zijn de fysieke uitdaging, de discipline en ook ‘het nationalistische.’ Berends: ‘Het militaire heeft me altijd aangesproken.’

Sportman die goed snik is
Nadat Berends in april vorig jaar een informatiebijeenkomst bezocht had, schreef hij zich na de zomer direct in. Voordat hij bij het peloton, in zijn geval gestationeerd in Zoutkamp nabij Lauwersoog, mocht toetreden, volgde eerst een psychische en medische keuring en een tweewekelijkse Algemene Militaire Opleiding (AMO).
Het eerste bleek geen probleem: ‘Ik was goed snik. Als sportman pur sang kwam ik daar glansrijk doorheen.’ De AMO zelf was zwaarder: ‘We maakten lange dagen. Zo volgden we lessen van zes ’s ochtends tot elf uur ’s avonds.’
In de tweede week volgde ‘een stukje militaire discipline’: lessen in teamwork, wapenhandelingen en uithoudingsvermogen. Berends: ‘Je moet blind je wapen kunnen hanteren. Als je daarnaast je wapen ook maar één keer vergat moest je de rest van de week een jerrycan met twintig liter water dragen.’
Uitzending naar Uruzgan
De werkzaamheden van de Natres, onderdeel van Defensie, zijn zeer divers. Hoofdtaak is het beveiligen en bewaken van essentiële locaties tijdens crisis, zoals havengebieden en bestuurscentra. Ook kan de organisatie op verzoek van de lokale overheid steun leveren bij calamiteiten zoals dijkdoorbraken.
Uitgezonden worden naar oorlogsgebied als Uruzgan is geen verplichting, maar wel optioneel. Berends: ‘Dat we niet uitgezonden worden maken we goed met andere taken.’ Zo zijn er onderhoudsavonden, waar onder andere de vrachtwagens schoongemaakt worden, maar ook meerdaagse oefeningen. Berends: ‘We hebben vooral een ondersteunende functie, zo beveiligen we het vervoer van zwaar materiaal als een radiotelescoop door Nederland.’
De reservist is per maand zo’n drie à vier dagen bezig voor Natres. Hij ontvangt hiervoor een vergoeding ‘vergelijkbaar met een normaal bijbaantje.’ De twintiger benadrukt dat Defensie fors in je investeert: ‘Je krijgt als je begint echt enorm veel kleding. Helmen, sportschoenen, twee paar kisten, zelfs ondergoed – een hele plunjebaal dus.’ Hiertegenover staat dat de student voor vier jaar getekend heeft. Veel korter zou volgens Berends ook maar ‘zonde van belastinggeld’ zijn.
Nationale held
Dat de Natres professioneel te werk gaat blijkt ook tijdens het gesprek. Het is niet de bedoeling dat de student zijn mening over het Uruzganbeleid verkondigt. Berends: ‘We hebben een instructiekaartje gehad, hoe om te gaan met de media.’ Want: ‘Hoewel de sfeer relaxed is, nemen we dit werk zeer serieus.’
Ondanks zijn niet alledaagse bijbaan treft Berends vooral positieve reacties. ‘Als ik in militair uniform de huisbaas tegenkomt, zegt hij wel eens: Daar gaat onze nationale held.’ Ook op straat lokt zijn uniform gesprekken uit. ‘Al ben ik dan geen beroepssoldaat, mensen hebben toch respect voor je: soms knopen mensen op straat zomaar een praatje met je aan. Je hebt meer aanzien dan de politie.’
Tekst: Jesper Verhoef
Foto: Eveline Vaessen
Popularity: 14% [?]






het word tijd dat de diensplicht weer terug komt dan hebben de jongeren meer respect en ze hebben dicipline en een stuk levens evaring en dan zoekt defencie ook niet zo naar personeel en houden ze de druks wel buiten