Met vallen en opstaan richting Vancouver 2010
By Studentenkrant | February 14th, 2009 | Category: Sport | No Comments »‘Je moet best wel lef hebben om iedere keer weer opnieuw in te stappen, ook al krijg je hier en daar een tik’, zegt Jannicke IJdens. Naast haar studie aan de Hanzehogeschool maakt ze deel uit van Bobteam Kamphuis. Een harde crash zorgde er echter voor dat haar seizoen in het water viel.
Bobsleeën is geen bekende sport en ook zeker geen sport die overal in Nederland beoefend kan worden. Hoe is de twintigjarige IJdens bij het bobsleeteam terecht gekomen? ‘Ik heb altijd atletiek op hoog niveau gedaan’, vertelt ze.
Olympische kwalificatie
‘Via atletiek ben ik gescout door Arend Glas, oud-Olympisch bobsleeër.’ Glas was van mening dat IJdens het bobsleeën maar een keer moest gaan proberen. Dat heeft ze vorig jaar in de zomer gedaan en het beviel meteen zo goed dat ze werd opgenomen in het team.
Het enige damesbobsleeteam van Nederland doet hard zijn best zich te plaatsen voor de Olympische Spelen van Vancouver in 2010. Om hun Olympische droom waarheid te laten worden moet er nog wel beter gepresteerd worden, al is er een stijgende lijn zichtbaar.
Bobteam Kamphuis
IJdens: ‘We hebben de nominatie nog niet, daarvoor moet je bij de top acht eindigen in de World Cup. Afgelopen wedstrijden waren we dertiende, elfde, tiende, tiende en negende. Dan zit je er nog net niet bij. Hopelijk gebeurt het nog dit jaar en anders volgend jaar.’
Bobteam Kamphuis bestaat uit vier vrouwen. Esme Kamphuis is de pilote van het team. Naast de pilote bestaat het team uit drie remmers, waaronder IJdens.
Sterk, explosief en snel
Tijdens een afdaling wordt de slee bemand door twee dames: een pilote en een remmer. IJdens legt uit wat ze tijdens een afdaling moet doen. ‘De functie van de remmer is gewoon om domweg keihard te beuken bovenaan de start, om zo snel mogelijk de veertig à vijftig meter af te leggen. Op het eind naar de finish toe moet je dus remmen.’
Het remmen gebeurt door een soort pin aan te trekken die zich in het ijs boort. Bij het aanduwen van de slee is het belangrijk sterk, explosief en snel te zijn. Precies de eigenschappen waar IJdens door haar atletiekervaring over beschikt.
Topsportregeling
De vierdejaars studente Sport, Gezondheid en Management heeft een druk bestaan. In de zomer traint ze twee keer per dag en dat zes dagen in de week. ’s Winters is ze vaak van huis voor internationale wedstrijden.
Houdt ze nog wel tijd over om te studeren? ‘Op zich gaat het heel goed. Ik heb altijd een topsportregeling gehad. Toetsen mocht ik later maken, opdrachten later of vroeger inleveren. De combinatie was altijd prima mogelijk.’
Crash in Winterberg
Dat bobsleeën ook gevaarlijk kan zijn, is IJdens afgelopen jaar op een harde manier duidelijk geworden. In Winterberg vliegt ze met ongeveer 120 kilometer per uur uit de bocht en maakt ze een harde crash. ‘Het was echt verschrikkelijk, op dat moment ga je beseffen dat het echt risicovol is. Ik lag te schreeuwen van de pijn en iedereen kwam meteen aanrennen. Ik ben met de ambulance afgevoerd naar het ziekenhuis van Winterberg.’
Daar blijkt dat ze verschillende botkneuzingen heeft opgelopen. Bovendien staat haar bekken verkeerd. Twee weken lang ligt IJdens de hele dag plat. ‘Ik kon gewoon helemaal niks, alleen liggen. Als ik naar de wc moest, deed m’n moeder een po onder m’n heupen.’ Na die twee weken is IJdens met een fysiotherapeut hard gaan werken aan haar herstel.
Liefde voor bobsleeën
Hoewel ze snel vooruit gaat, is ze nog niet helemaal pijnvrij. Het seizoen was voor haar na de crash voorbij. ‘Het is flink zuur. Als dit niet was gebeurd was ik vier à vijf maanden weggeweest om te sleeën.’
Durft IJdens wel weer in de slee te stappen? ‘Ik zeg nu wel heel dapper ja, maar ik ben wel gaan beseffen dat je er ook echt wel letsel aan kunt overhouden.’ Wat ook één van de redenen is dat niet veel vrouwen het bobsleeën volhouden.
Toch lijkt de liefde voor de sport bij IJdens groot genoeg om haar angst opzij te zetten. ‘Naast het bobsleeën heb ik zoveel van de wereld gezien, dat is ook een hele ervaring. De afgelopen jaren was ik zo gelukkig en gaf het me zo’n kick.’
Tekst: Elske Woudstra
Fotografie: Jan Luursema
